Tijdens de val weet Theo het ineens: het was allemaal maar een droom. Alles wat er de afgelopen uren was gebeurd, was een droom geweest. Hij is nu op het punt beland dat zijn nachtmerrie overgaat in een lucide droom. Zo’n droom waarin je weet dat je droomt. Mooi, dan zou hij zo wel wakker worden. „Theo, word eens wakker”, hoort hij de stem van zijn vader zeggen. Zie je wel, alles was maar een droom. Hij voelt hoe zijn vader aan zijn arm schudt om hem wakker te krijgen. „Theo, schiet op. We moeten weg.” Dit keer is het zijn moeder die hem maant.
Theo opent zijn ogen en kijkt in het gezicht van… nee… nee, dit kan niet waar zijn. Het was allemaal maar een droom geweest… toch? Ondanks het schemerlicht kan hij de man, die op zijn hurken naast hem zit, goed zien. Toch niet weer een kloon van hemzelf! „Nee, ik vind het nu niet leuk meer, ik wil wakker worden. En waar is papa?” Theo schreeuwt het uit. Anna drukt in paniek haar hand op zijn mond. „ Ssst.., niet zo hard”, fluistert ze.
„ Straks horen ze ons nog!” Aan de manier waarop Theo naar zijn kloon kijkt, ziet Anna dat ze het één en ander uit te leggen heeft. „Theo, dit is geen kloon van jóu, maar van je tweelingbroer Vincent. Kom nu gauw mee naar de auto, ik leg het je zo wel uit.” Anna en kloon Vincent helpen hem in de benen en gedrieën lopen ze snel terug naar de auto. „Hier, rijd jij maar”, zegt Anna tegen Vincent terwijl ze hem de autosleutels overhandigt. „Niks ervan, ik rij”, roept Theo en grijpt de autosleutels uit de hand van zijn moeder. „Haha, denk je dat ik niet kan rijden, broertje?” lacht Vincent. ’Nee! En noem me geen broertje, ik heb geen broer”, antwoordt Theo nors, terwijl hij achter het stuur kruipt. „Laat, hem maar”, sust zijn moeder en gebaart Vincent dat hij maar achterin moet gaan zitten. Theo kijkt om. Is het verstandig om zelf te rijden, terwijl deze ombekende tweelingbroerkloon achter hem zit? Hij zou van alles… „Wees gerust br… Theo, ik zal je niets doen. Anna, of moet ik mama zeggen, vertel het hem maar.”
„Ik heb net één van de buisjes gebruikt om de ziel onder het boompje te mengen met het DNA van jouw tweelingbroer. Je vader is destijds met jouw tweelingbroer Vincent naar China gevlucht. Doordat de organisatie ons op het spoor was, konden we niet gezamenlijk vertrekken. Je vader hield voor ons in de gaten wanneer wij ook over konden komen. Nadien heeft zich echter geen gelegenheid meer voorgedaan. Nu we ontdekt zijn moesten we wel actie ondernemen. Deze Vincent zal ons daarbij helpen, maar we hebben hem maar 24 uur, dus start de auto maar.” Theo opent zijn mond om te vragen hoe deze Vincent hun dan wel niet zou kunnen helpen.
Trrrrrrr…. De wekker.
Het slot van deze zomerkettingroman is geschreven door Anna Dekkers.
